Faghm
De sixties. Stel je voor. Vader en zoon in één band. Ons wereldbeeld naar de maan. Vaders waren toch om je tegen af te zetten. En vaders wilden niet dat hun zoon zulke muziek maakte. Wie van de twee was niet normaal, vader of zoon? Welke zoon nam nou zijn vader mee op het podium? Vaders kon je toch niet vertrouwen. Welke vader schaamde zich nou niet voor zijn zoon? En nog wel zo'n zoon. Een podiumdier. Ook jaloers. Een vader die zich niet voor zijn zoon schaamde. Wat een wereldkerel. En dan nog wel dezelfde muziek maken. Eentje die het snapte. Of was het een manier een extravagante zoon in de gaten te houden? If you can't beat him, join him? Zo iets? Kom Gertie Morsman vertel! Poparchief Twente ging een verhaal halen.   De in 1947 in Hengelo geboren Gertie Morsman had voor zijn 17e nauwelijks van popmuziek gehoord, maar groeide binnen enkele jaren uit tot de dampende frontman van de legendarische, scheurende Hengelose band Faghm. Opgegroeid met klassiek, opera en operette, maar ook jazz, is het niet zo heel vreemd dat hij door Pel Kotkamp wordt uitgenodigd om plaatjes aan elkaar te praten in de voorloper van de RootieTootie, de Leeuwenbar, waar dan nog voornamelijk dixieland gedraaid wordt. Als de tijd om aanpassing vraagt en de dixieland langzaam vervangen wordt door jazzy rhythm and blues à la Georgie Fame is Morsman snel om en vormt samen met o.a. Freddie Wouda en Herman ten Tije de band Sound ’66. Hun eerste optreden vindt plaats in het speeltuingebouw aan de Twekkelerweg in Hengelo. In Sound ’66 leert Morsman dat er op het podium meer uit een optreden te halen is, iets wat hij bij later uit zal bouwen. Met de komst van gitarist Adri Banis wordt Faghm geboren. Het repertoire bestaat uit spetterende soul en andere zwarte muziek met een meer jazzy achtergrond. Nummers als Take Five, Caravan van Duke Ellington en Gershwin’s Summertime krijgen bij Faghm een eigen karakter vooral als de band uitgebreid wordt met de blazers, Karel Morsman, Karel Jacobs, Ben Seelen en ene Peter. Gertie ontwikkelt zich als een entertainer eerste klas. Waar andere bands een show weggeven, leuk om naar te kijken, laat Gertie het publiek deelnemen. Van publiek wordt meer gevraagd dan alleen applaus. Hij dwingt het letterlijk op de knieën. Morsman gaat verder dan het publiek ‘yeah’ te laten roepen op de vraag of everybody happy is. Wie heeft niet nog jaren later op een bruiloft tijdens een imitatie van Gertie’s versie van “Amen” op de knieën gezeten. Door bijna geheel Nederland teistert hij microfoon en buizenzangversterker met zijn dynamische stem, altijd muzikaal. Faghm staat op de podia met menig grote Nederlandse band. Als er één opvallende band is in Twente, die voor een onvergetelijke ervaring kan zorgen is het Faghm. Zalen gaan plat en van alles wordt uitgeprobeerd. Voor een tour met de NVSH maken ze experimentele muziek met licht en projecties. Menig Twentse muzikant droomt van dit succes, maar zoals zoveel succesvolle artiesten heeft Gertie eigenlijk nauwelijks in de gaten welke impact zijn charisma en optredens hebben. Na nauwelijks vier jaar bestaan te hebben valt onverwacht het doek. Gertie krijgt de ziekte van Pfeiffer, moet rust houden en wordt tijdelijk vervangen door Carel Swagerman, die hem wekelijks verslag komt uitbrengen. Na zijn terugkeer doet Morsman nog één optreden en houdt het dan voor gezien. Het heilige vuur is opgebrand, zijn motivatie weg. Als bij de Enschedese Honest Men  de fluitist, Martin Hofman vertrekt haalt Johan Aldenkamp Gertie binnen de groep. Morsman en de Honest Men komen in het midden bij elkaar.  Honest Men wordt ruiger en experimenteler, is geen Honest Men meer en voor Gertie is de publieksparticipatie zo goed als afgelopen. Of de waarheid in het midden ligt, valt dus te betwijfelen. Honest Men heeft een duidelijk blank repertoire en Gertie is meer bedreven in de zwarte muziek. Waar hij echter van onder de indruk raakt en diep respect voor heeft is de werklust, de professionaliteit en kwaliteit van zanger Henk Bruinewoud en de zijnen. Wekelijks komen ze goed voorbereid op repetities. Het is allemaal minder vrijblijvend dan bij Faghm. Het doet hem duidelijk deugd. Maar in mei 1970 stopt hij ook hier. Hij moet eindexamen doen voor de kunstacademie. Gertie Morsman is net als zijn vader een Armonia-man. Bij deze muziekvereniging van Stork leerde hij piccolo, dwarsfluit en saxofoon spelen. Na de middelbare school ging hij naar de kweekschool. Al snel kwam hij daar in conflict met de muziekleraar die hem blokfluit wilde laten spelen, wat niet zo best was voor de embouchure nodig voor zijn andere blaasinstrumenten. Een dergelijke houding werd niet in dank afgenomen en Gertie zag de bui hangen, koos snel eieren voor zijn geld, verliet de school en deed toelatingsexamen voor de kunstacademie (Aki) in Enschede. In de tussenliggende periode zorgde pa Morsman voor een baantje bij Stork en via een vriendin verrichtte hij hand- en spandiensten (lees glazen ophalen) bij de Londense Marquee club. Op de Aki weet hij behendig door het dan nog heersende strenge regiem te laveren. Ongeoorloofd afwezig zijn werd nog streng gestraft, maar voor hem als uitvoerend muzikant werd door de directeur een oogje toe geknepen. Een klasgenoot was Ben Jolink. Zij werden maatjes en zouden dat blijven met veel wederzijds respect. Zijn eindexamen van de Aki sloot Morsman af met een expositie in galerie Markt 17 in Enschede. In een nachtelijke droom kreeg hij het advies zich te melden bij de Bayerischer Rundfunk en hij besloot de volgende morgen de trein naar München te pakken, waar hij tot zijn verbazing per direct bij de omroep op proef werd aangenomen op de postkamer. Dit werk voerde hem langs alle afdelingen van de omroep en hier kwam hij weer in contact met klassieke muziek. Een administratief foutje ooit gemaakt in Hengelo zorgde er voor dat hij geen bewijs van goed gedrag kon overleggen om een vaste aanstelling te krijgen. Dus terug naar Hengelo. Zijn hernieuwde belangstelling voor klassieke muziek deed hem besluiten de opleiding orkestdirectie te volgen aan het Twents conservatorium. Met dit diploma werd hij aangenomen als non-verbaal therapeut in de tbs-kliniek Veldzicht in Balkbrug, waar hij 15 jaar werkte. Ondertussen dirigeerde hij operettes. Het beest mag getemd lijken, maar Morsman was nooit een beest geweest. Hij was zichzelf en bleef zichzelf. Ooit wel een podiumdier dat graag de zaal op stelten zette, maar naast het podium een aimabel figuur, dat graag alles onderzocht. Zijn interesse in popmuziek taande. Hij was niet meer de Gertie van Faghm. Hij wou geen instituut worden, geen karikatuur van zichzelf. Hij heeft nog een paar keer aan een revival meegedaan, maar eigenlijk heeft hij daar spijt van. Hij moest zichzelf imiteren. Graag bezoekt hij nog collega’s en muziekvrienden backstage, maar de Gertie van Faghm is niet meer. De liefde bracht hem naar Zwitserland waar hij nog andere talenten bij zichzelf ontdekte. In kleine kring had hij succes met de vertolking van songs van Sinatra of Louis Armstrong. Vanuit Zwitserland maakte hij nog een uitstapje naar de V.S. waar hij wat schnabbelde als operettedirigent. Maar door problemen met werkvergunningen moest hij al na een half jaar weer terug naar Europa. Wordt vervolgd. Faghm komt van de eerste letter van de voornamen van: Freddy Wouda, basgitaar Adri Banis, gitaar Gertie Morsman, zang, sax en dwarsfluit Herman ten Tije, drums Martin de Leeuw, orgel Later treden toe Karel Morsman op sax en Karel Jacobs op sax en klarinet. Freddie Wouda wordt vervangen door Ipo Oosterhuis ( voorheen Hun , later After All en Merano’s). Adri stapt over naar de basgitaar Ipo op zijn beurt word weer vervangen door Jimmy (achternaam?) Beppie Kamphuis (First Move, Centurions, Sunset) vervangt Jimmy. Drummer Herman moet in militaire dienst en Ronnie Berends neemt zijn plek in. Ben Seelen (Sunset) speelt trombone en ene Peter speelt trompet. Als Martin de Leeuw vertrekt neemt Ben Bemer (Block) het over. Na Ronnie speelt Eddy Tichelaar drums. Wegens ziekte van Gertie wordt Carel Swagerman (First Move, Husky) een paar maand zijn vervanger. Ook bassist Toon Heebink (Centurions, First Move) wordt nog lid van Faghm. Faghm is langzamerhand een Enschedese band geworden. Voor boekingen kan men terecht bij manager Herbert Spier. Armonia komt van Stork. De vereniging is niet het resultaat van een bevlieging van enkele enthousiastelingen. Het initiatief kwam van de Storkdirectie, die een eigen muziekvereniging wel vond passen bij het in 1895 geopende Vereenigingsgebouw. Al in het najaar van 1896 volgde het eerste optreden bij de aflevering van de 1000e stoommachine. Tot 1972 trad Armonia op als “Orkest der machinefabriek Stork” onder leiding van o.a. Klaas de Rook en Iman Landheer. Bij de opsplitsing van Stork werd de vereniging losgekoppeld van het bedrijf en is Armonia een zelfstandige vereniging geworden met een eigen verenigingsgebouw. Bron: Website Armonia
Terugblik op een muzikaal leven Adri Banis speelde van 1966 tot 1971 bij FAGHM, één van de bekendste Hengelose bands van de jaren zestig; eerst als gitarist, daarna als bassist. Bert Freriks woonde bij Adri in de straat en kent hem al vanaf zijn jeugd. Ze voetbalden samen bij de junioren van Hengelo en maakten deel uit van de Goorse beatband de Jinx, totdat die band uiteen viel, doordat Adri de overstap naar FAGHM maakte. Na FAGHM maakte Adri deel uit van een groot aantal popgroepen en speelde later met bekende muzikanten o.a. Adje Vandenberg, Jos Zomer (Vandenburg), Eef van de Wal, Beppie Kamphuis en Elisa Krijgsman. Hoog tijd voor een terugblik op een muzikaal leven. Adri, we beginnen natuurlijk bij het begin. Kun je iets over je jeugd vertellen, ben je opgegroeid met muziek? Ja, ik ben op gegroeid met klassieke muziek. Mijn ouders gingen vaak naar concerten in de Hengelose schouwburg en naar het Forum in Enschede. Dus in huis waren veel opera’s en orkesten te beluisteren. Aangemoedigd door mijn ouders ging ik naar de muziekschool. Naast de muziekschool koos ik voor de viool als instrument en kreeg les van Johan Fischer. Omdat hij ook dirigent was van het jeugdorkest Elad werd ik uitgenodigd om in dit orkest mee te spelen. Maar dat heb ik maar kort volgehouden, omdat ik veel liever wilde voetballen. Met knikkende knieën heb ik toen tegen Johan Fischer verteld dat ik wilde stoppen met viool spelen. Hij was een autoriteit op muziekgebied en speelde zeer verdienstelijk hobo. Ik had zeer veel respect voor hem. Hij vond het jammer want ik had een goede “strijk “ zoals hij toen zei. Enfin, ik ben gaan voetballen bij HVV Hengelo, dat vond ik in die tijd veel leuker en spannender, net als jij. We hebben nog samen gespeeld in een aantal jeugdelftallen en zijn vaak kampioen geworden. Maar dat kwam ook door Benno Goosens, hij stond altijd wel garant voor een aantal doelpunten per wedstrijd. Benno speelde uiteindelijk ook in het eerste elftal van HVV Hengelo en later bij Achilles ‘12. Zo ver heb ik het echter niet geschopt. Ik speelde in de verdediging. Je koos toen voor voetballen, maar op een gegeven moment begon de muziek toch weer aan je te trekken. Dat klopt. Dat kwam door Peter Benjamins, een klasgenoot van mij op de ambachtsschool. Hij was gitarist en speelde in een aantal bands. Hij trad zelfs op in Duitsland. Geboeid luisterde ik in de pauzes naar zijn mooie en vooral bijzondere verhalen over die optredens en ik bezocht hem regelmatig bij hem thuis in Klein Driene. Na wat aarzelen gaf hij mij uiteindelijk gitaarles. Mijn oudste zus had een Spaanse gitaar, daar begon ik op te oefenen, eindeloos, tot zelfs mijn ouders er genoeg van kregen. Werkelijk elke vrije minuut zat ik te pingelen. Willy Oortgiesen zat ook op dezelfde ambachtsschool, een begenadigd muzikant. Hij woonde in Goor en heeft mij op een gegeven moment laten kennismaken met een aantal jongens uit Goor die een beatgroep wilden beginnen en een gitarist zochten. Zij zagen mij als gitarist wel zitten. De Goorse beatgroep de Jinx werd al gauw opgericht. Wij vroegen er toen jou bij als zanger. We hadden een vrij grote fanclub en werden zeer bekend in Goor en omstreken. We hebben nog in het naprogramma van Q65 gespeeld en in Loosdrecht-de Funtushoeve een paar nummers gespeeld bij een optreden van The Shoes. Hoe kwam je bij FAGHM terecht? Gert Morsman, die bij mij in de buurt was komen wonen, had mij in de Ark in Hengelo met de Jinx zien spelen. Hij polste mij over een nieuw op te richten band. Dat was eind 1966. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om als gitarist mee te doen en ben toen bij de Jinx  weggegaan. Ik was aan een nieuwe muzikale uitdaging toe, maar wilde ook in Hengelo spelen en niet steeds weer naar Goor reizen. FAGHM bestond toen uit Fred Wouda op basgitaar, Gert Morsman, zang en fluit, Herman ten Tije op drums, Martin de Leeuw op orgel en ik. We hebben eerst veel geoefend in de werkplaats van Fred Wouda’s vader, die daar orthopedische schoenen maakte. Het eerste optreden van FAGHM was begin 1967 in het Krejenus in Hengelo, het latere Fashion. Aan dat gebouw aan de Langelermaatweg had ik nog een speciale herinnering, ik heb daar in de eerste klas van de kleuterschool gezeten. Ik heb dat altijd een merkwaardig toeval gevonden. Gert zat op de kunstacademie AKI in Enschede en Bennie Jolink zat bij hem in de klas. Tijdens het eerste openluchtconcert in Lochem in 1968 was Bennie als fan van ons ook van de partij. Hij klom tijdens ons concert in een boom bij het podium zodat hij het beter kon zien. Tijdens een bezoekje met Gert aan het huis van Bennie Jolink in de buurt van de AKI in Enschede vroeg Bennie mij om hem wat akkoorden voor te doen. Hij wilde ook gitaar leren spelen. Dus je hebt er eigenlijk aan bijgedragen dat Bennie Jolink muzikant werd. Nou ja, eigenlijk vond ik dat wel grappig later, toen Bennie met Normaal begon. Terwijl jullie steeds bekender werden. Inderdaad, we werden overal gevraagd. Van Limburg tot in Zeeland, het Westen en het Noorden en over de grens in Duitsland. We speelden op Hemelvaartsdag 1967 in de Kosterkoele in Markelo tijdens het eerste openluchtconcert en ook bij het eerste openluchtconcert in Lochem, een jaar later. Ach, waar hebben we in die tijd eigenlijk niet gespeeld. Ik herinner me nog een optreden op het Marktplein van Hengelo, samen met de Hunters, de groep van Jan Akkerman. We hebben in tal van voorprogramma’s gespeeld, o.a. in het voorprogramma van Status Quo, John Mayall and the Bluesbreakers, The Kinks, Cuby and the Blizards, Motions, Outsiders. Eigenlijk te veel om op te noemen. We speelden toen echt ontzettend vaak en met veel succes. De eerste personele wisseling kwam doordat bassist Fred Wouda in de zaak van zijn vader begon te werken en daarnaast veel tijd nodig had voor zijn studie. Jimmy een hele goede gitarist, ik ben zijn achternaam vergeten, wilde heel graag bij ons komen spelen en ik ben toen basgitaar gaan spelen. Beschouwde je dat niet als een soort degradatie, om in voetbaltermen te spreken? Nee, totaal niet. Ik ben daarna ook altijd basgitaar blijven spelen. Het is de uitdaging als het ware om een gitaarpartij heen te spelen als bassist. Dit betekent, heel kort gezegd, dat je in dezelfde toonladder variaties verzint om de ritmepartij van de gitaar heen. Maar het belangrijkste is dat je een fundament bent voor het ritme samen met het slagwerk en het akkoordenverloop. M.a.w. een verbindende factor in de band en dat sprak mij aan. Omdat Fred eruit ging, betekende dit ook dat wij naar een andere oefenruimte moesten uitkijken. We speelden enige tijd in de huiskamer van de familie Morsman aan de Stephensonstraat. Hierdoor kwam de vader van Gert in beeld. Hij speelde saxofoon. Eerst deed hij min of meer voor de grap met ons mee, maar al gauw werd dat serieuzer. Onze muziek leende zich ook erg goed voor blazers. We speelden rhythm 'n blues en jazzrock. Het in de huiskamer oefenen was natuurlijk niet optimaal en al gauw zochten we naar een andere ruimte. Pa Morsman, zo noemden we hem, vond bij Stork een ruimte waar we konden oefenen, naast de modelmakerij aan de Lansinksweg. In die villa hebben we op zolder vele uren geoefend. Tijdens een van de repetities zijn opnames gemaakt. Dit zijn de enige audio opnames van FAGHM die nog bestaan. Het oefenen op zolder was trouwens een hele happening, dat kwam mede omdat Martin de Leeuw onze organist, een loodzwaar hammondorgel had gekocht. Trap op/trap af, wat een ramp. Wat me altijd heeft verbaasd is dat jullie zoveel succes hadden, maar dat jullie nooit een plaat hebben gemaakt. Nou, we waren er een keer dichtbij. Hans van Hemert, in die tijd een beroemde muziekproducent, vroeg ons om een plaat op te nemen. We maakten opnames in studio Lumière in Bussum. Hij vond ons heel origineel en ook goed, maar het was voor die tijd niet commercieel genoeg. Dus helaas, die plaat bleef uit. In deze periode werd de band ook uitgebreid met een blazer: Karel Jacobs. Karel speelde klarinet en saxofoon en had het conservatorium doorlopen. Het was een zeer muzikaal en aimabel persoon en heeft FAGHM muzikaal zeker op een hoger plan gebracht. De historie van FAGHM kent ook een zwarte bladzijde. Op een zondagmiddag vlak voor een optreden bracht Martin zijn vriendin naar Enschede. Tijdens deze rit in de buurt van de Waarbeek net buiten de bebouwde kom van Hengelo is hij met de auto van zijn vader tegen een boom geknald. Zijn vriendin overleed ter plekke en hij was zwaargewond. Hierdoor hebben we een paar maanden niet kunnen optreden. Uiteindelijk konden we de draad weer oppakken. Onze gitarist Jimmy was een lastige jongen, echt een enfant terrible. Dat bereikte tijdens een optreden in het Wijkgebouw aan de Dieselstraat zijn hoogtepunt, nou misschien moet je zeggen: dieptepunt. In een verschrikkelijke woede uitbarsting na afloop van het optreden tilde hij zijn Fenderversterker boven zijn hoofd en gooide hem met een smak vanaf de bovenste verdieping op de begane grond. Dit pikten we uiteraard niet, er liepen nog mensen beneden, en hebben hem per direct uit de band gezet. Martin heeft na zijn herstel nog even bij FAGHM gespeeld, maar is uiteindelijk toch gestopt. Ben Bemer van de Cotton Town Jazzband, die trouwens nog steeds bestaat, nam zijn plaats in. Ben wilde wat meer popmuziek maken en zag bij FAGHM wel mogelijkheden daartoe. Hij speelde toen met Beppie Kamphuis van de First Move uit Enschede, en omdat we zonder gitarist zaten is Beppie ook meegekomen. Muzikaal gezien was dat destijds een van de sterkste en creatiefste bezettingen van FAGHM. We waren inmiddels ook uitgebreid met Bennie Seelen op trombone en Harrie Zwankhorst op trompet. Het valt me op, dat er zoveel wisselingen zijn bij FAGHM, mensen komen en gaan. Heb je daar een verklaring voor? Eigenlijk heb ik daar nooit zo bij stil gestaan het heeft bijna altijd een toegevoegde waarde gehad en het inspireerde muzikaal, dat is wat mij is bijgebleven. Maar daarmee was er geen eind gekomen aan de personeelswisselingen. Begin 1969 moest Herman ten Tije in militaire dienst en werd vervangen door de zeer jonge en talentvolle Ronnie Berends. Daarna zijn er diverse drummerwisselingen geweest met Eddie Tichelaar en Koos Wiekenkamp. Af en toe heeft Eef van der Wal ook de drumgelederen versterkt. Inmiddels had Pa Morsman de band al verlaten. Kort daarna verlieten de overige blazers ook de band. Omdat Gert de ziekte van Pfeiffer kreeg, nam Carel Swagerman, ook van de First Move, enige tijd het zanggedeelte van hem over. We oefenden inmiddels in het huis van Ben Bemer in Lochem. Dat was tevens zijn winkel. Na het herstel van Gert hebben ze samen als zangers in FAGHM nog wat optredens gedaan, maar het werd al gauw duidelijk dat dit niet een ideale samenstelling was. Gert heeft er toen voor gekozen om de band te verlaten. FAGHM bestond daarmee uit Koos Wiekenkamp, Ben Bemer, Beppie Kamphuis, Carel Zwagerman en ik. Omdat Carel Zwagerman later naar Hilversum vertrok voor een opleiding als cameraman, is Toon Hebink van de First Move als zanger/gitarist bij de band gekomen. Jij was toen als enige van de oorspronkelijke bezetting overgebleven en de band lijkt wel een tweede huis voor de leden van de First Move. Wat voor muziek speelde jullie toen? Muzikaal sloegen we een hele andere weg in. We speelden nummers van o.a. The Soft Machine, Captain Beefheart, Pink Floyd en Van Morrison, maar vooral eigen composities. Specifieke luistermuziek, maar daardoor was het speelcircuit wel kleiner geworden. We traden op in zogenaamde ‘alternatieve clubs’ waar undergroundmuziek hot was. We speelden muzikaaltechnisch op een behoorlijk niveau. Eind mei 1971 besloten we om met FAGHM te stoppen, ook omdat ik in militaire dienst moest. Ben Bemer en Beppie Kamphuis zijn met Peter Scholten, Bert ter Brugge en Koos Wiekenkamp later doorgegaan als de groep BLOCK. Na mijn verkorte diensttijd, de eerste lichting 71/4 die het haar lang mocht hebben, maar dan wel met een haarnetje, ben ik bas gaan spelen bij de groep Michigan Boulevard. Dit was de groep van Peter van Bruggen, een songwriter/journalist die later bekend werd door het KRO- radioprogramma Het Weeshuis van de Hits. De gitarist van Michigan Boulevard speelde destijds ook met de Belgische zanger Ferre Grignard, bekend van o.a. Ring Ring I've Got To Sing. De VPRO heeft op 28 april 1973 in Haarlem van Michigan Boulevard life-opgemaakt en uitgezonden. Heb je die opnames nog? Ik moet ergens nog een gedeelte van die opnames op een band hebben. Dat zijn dan wel de opnames van de RONO ( toen nog Radio Noord en Oost) met een interview van ons gemixt met de VPRO life-opnames. In dat zelfde jaar ben ik gaan bassen bij de groep Mother of Pearl met oa. Adje Vandenberg op gitaar, en Jos Zoomer op drums; ze vormden later de succesvolle hardrockband Vandenburg. Frits Maters speelde toen piano. Toen ik bij Mother of Pearl kwam werd er niet veel opgetreden, wel veel gerepeteerd en er was ruimte voor eigen nummers. Het was een hardrockgroep met een zangeres, Ans (Boltjes- red. poparchief) heette ze geloof ik, waar Adje al de sterren van de hemel speelde. Dit heeft maar kort geduurd. In 1975 ben ik gaan bassen bij het dansorkest Akimbo. De bassist Egbert de Wit stopte ermee en ik heb zijn plaats ingenomen. In dat orkest speelden verder Peter van Keulen op orgel, Herman Oost - leadzang/trompet, Siem Duivelaar, gitaar/zang en Fred Odink op drums. Die laatste twee hadden nog bij de close harmony groep Honest Men gespeeld. We traden vaak op in De Bron en hotel Centraal in Haaksbergen. Die dansavonden waren heel populair. We kwamen ook vaak in de Achterhoek. Wij hebben in mei 1976 twee eigen nummers opgenomen in de studio van Ekkelboom (ERC – red. poparchief). In die tijd namen veel bekende bands uit het oosten op in deze studio. Als dansorkest is Akimbo eind 1976 gestopt, ons laatste optreden was in zaal Roord in Oldenzaal. Maar in 1977 zijn Peter van Keulen, de drummer Herman ten Tije en ik doorgegaan als trio. Je werd weer verenigd met een oud maatje. Ja, dat was wel leuke tijd en eindelijk verdienden we veel geld met het muziek maken maar dan op bruiloften en personeelsfeesten. Eind zeventiger jaren zijn we gestopt met het Akimbo trio. Ik was al enige tijd bezig met een studie klassieke gitaar. Maar omdat het toch weer begon te kriebelen ben ik in 1981, samen met Peter van Keulen, Herman te Tije, Beppie Kamphuis en zangeres Janny (Lammers – red. poparchief), ook haar achternaam ben ik tot mijn schande vergeten, weer met een band begonnen onder de naam Train. Een traditionele band met een goede zangeres en met lekker in het gehoor liggend repertoire, zeg maar ‘middle of the road music’. Maar Train was geen lang leven beschoren. Eind 1982 zijn we er weer mee gestopt. Ik ben toen een geheel andere levensweg gaan bewandelen. Door het geloof kwam ik in aanraking met diverse muzikanten uit de religieuze hoek. Samen met Frits Maters, een muziekdocent en ontdekker/ begeleider van veel muzikaal talent in het Oosten en Sandra en Gert Timmerman jr. ben ik gospelmuziek gaan maken. Gert jr. speelde toen drums. Uiteindelijk ben ik in 1988 in de gospelgroep Joyful Sound als bassist terecht gekomen. Deze zeer muzikale groep bestond uit o.a. Gert Timmermans jr.- drums en de talentvolle gitarist/componist en zanger Elisa Krijgsman. Elisa is later gitarist geworden in het Metropool Orkest. In Joyful Sound heb ik twee jaar met veel genoegen gespeeld en dat was tevens mijn laatste band. Daarna heb ik mij alleen nog met veel plezier gefocust op de klassieke gitaar. Dus uiteindelijk ben je weer terechtgekomen bij de muziek waarmee het allemaal begon: klassieke muziek. Inderdaad, het begon bij klassieke muziek en eindigt ook daarbij. Interview: Bert Freriks-Amsterdam - Juni 2014 Bert Freriks was zanger van de groep de Jinx uit Goor, niet te verwarren met de Almelose band Jinx. (red. poparchief)
Bert Freriks ondervroeg Adri Banis, FAGHM bassist/gitarist, mede-oprichter en hekkensluiter.